25 jaar (Stichting) Volksmuziek Nederland

De stichting volksmuziek is voortgekomen uit de folkbeweging, zoals die bestond vanaf de tweede helft van de jaren ’60, en die tot bloei kwam in de loop van de jaren ’70.

Folkclub 65 gaf een gestencild blaadje uit, Folksounds geheten, dat tot 1976 heeft bestaan; vanuit de studentenwereld was de Stichting Volksmuziek Utrecht opgericht, en omdat er steeds meer folk-optredens in het land werden georganiseerd werd de Nederlandse Federatie van Folk Organisatoren NFF opgezet. Die laatste club organiseerde in ’76 en ’77 in Utrecht een soort sessie met nieuwe groepen.

Janviool
1977/78 zijn belangrijke jaren: het blad Folksounds is terziele, hoewel het informatie- en documentatiewerk nog een tijdje wordt voortgezet onder de naam LCV. Dat LCV gaf een aantal malen een adressengids uit van muzikanten en folkclubs.
In 1977 besluit de NFF tot de uitgave van een nieuw tijdschrift, dat Janviool ging heten. Namen van mensen die aan de wieg stonden : Jan Erik Grunveld, Bernard Kleikamp, Wim Kuiper, Rob Smaling, Huub Trautwein, Jos Koning...

In 1978 houdt de NFF op te bestaan, en gaat over in de nieuwe Vereniging Volksmuziek Nederland – onze feitelijke voorloper. Die organiseert datzelfde jaar een Folkdag in ’t Hoogt te Utrecht, die achteraf als de eerste echte groepenpresentatie kan worden beschouwd.
In 1978 ook werd Janviool zelfstandig, in de redactie zaten veel actieve muzikanten.

Eerste Herfstweek
De Vereniging, VVN, organiseerde in de herfstvakantie de eerste Folk Werkweek (Nu: Herfstweek) in jeugdherberg Rhijnauwen bij Utrecht. Mensen als Wim v.d. Zwan en Jaap Mulder (voor wie dit nog iets zegt) stonden aan de wieg hiervan.
In de aankondiging in Janviool viel onder andere het volgende te lezen: “Het geheel zal gericht zijn op Nederlands repertoire”. De deelnemerskosten waren ƒ 295,–. En uit het verslag in de volgende editie maken we op, dat er maar liefst 60 cursisten op af waren gekomen.

Het jaar daarop, in 1979, was er weer een groepenpresentatie, die nu ‘Speeldag’ werd genoemd, en plaatsvond in Arnhem. En de volgende, op 14 december 1980, in Folkclub De Dansende Beer in Scheveningen.
Ook zette de VVN het uitgeven van de Folk Adressengids voort.

Fusie
In juni 1982 fuseerden de VVN en de Stichting Volksmuziek Utrecht tot de huidige Stichting Volksmuziek Nederland. Zij nam (samen met Janviool overigens de uitgeverij 11&30 vormend) de uitgave over van de Folk Adressengids, het organiseren van cursussen, en het opzetten van een groepenpresentatie, waarvan de eerstvolgende plaatsvond in Theater Kikker in Utrecht in 1983.

Ook het Diatonisch Nieuwsblad zag het licht, en langzamerhand kwamen er een paar algemene workshopweekends bij (met buitenlandse docenten). Er waren ook toen al contacten “naar boven”, met het ministerie van WVC, aangaande beleidszaken en subsidie. Het aantal bestuursleden en andere actievelingen bestond toentertijd uit 10 personen.

Vanaf 1986 werd de Herfstweek niet meer gehouden in Rhijnauwen, maar in De Glind.

In ’t slop
En eigenlijk zat de SVN daarna een beetje in ’t slop. Het aantal actieve medewerkers was geslonken tot 5, en daarvan vormde Hans Peters (tegenwoordig platenbaas van Music & Words) de spil. Er waren een aantal min of meer slapende werkgroepen, waar niet veel meer uitkwam...

Een oproep in Janviool leverde 2 nieuwe bestuursleden op en in 1987 deed Jenny van Diggelen met succes een poging om in ieder geval de herfstvakantie-cursus van de ondergang te redden.

Vanaf 1991 heeft Jenny, weliswaar met assistentie van een aantal anderen (waaronder Guy Roelofs en en Theo v.d. Loo) de stichting draaiende gehouden. Met de Stichting Janviool– het blad dat zij uitgeeft heet sinds maart ’89 overigens New FolkSounds – werden de formele banden feitelijk verbroken (New FolkSounds richt zich meer en meer op de concertbezoekende en cd-kopende muziekconsument, de SVN op actieve amateur-muzikanten). Uitgeverij 11&30 hield op te bestaan, en de Folk Adressengids werd puur een SVN-aangelegenheid.

Iers
In de daaropvolgende jaren werd het cursusaanbod flink uitgebreid, bijvoorbeeld met de zeer in trek zijnde cursus Iers, en een aantal uitgaven (bladmuziek midi-files en CD’s) zagen het licht. Ook werd de SVN een actieve speler in het Nederlandse amateurmuziek-veld (LOAM).

Steeds meer kwam vrijwel al het werk op Jenny’s schouders terecht – tijd om te gaan afbouwen dus. Vanaf 1995 werd uiteindelijk versterking gevonden in Theo Timmer, Jos Maas, Arnold Klein en Peter Koene (die na jarenlang redactiewerk New FolkSounds had verlaten).
Activiteiten werden veiliggesteld, en er kwamen er zelfs bij, zoals de weekenden Lage Landen en Osmaans, het Diatonisch Weekend (tegenwoordig Doorslaande Tongen), de Adressengids mét CD en eindelijk, in januari 1997, werd na 10 jaar weer een groepenpresentatie georganiseerd.

Doelstelling bleef als altijd: het bevorderen van de volksmuziek-beoefening in brede zin van het woord, met als basis de West-Europese volksmuziek- en folktraditie.

De organisatie van de trekharmonikacursussen in Amsterdam sloot zich bij de SVN aan en er werden nieuwe initiatieven ontplooid, zoals het houden van eendaagse workshops, samenwerking met muziekscholen en, als laatste loot aan de boom: Folk for Kids. Aan de PR werd een flinke impuls gegeven door de uitgave van FolkNieuws.

In 2003 vierde de SVN haar 25 jarig bestaan. Als peildatum hiervoor was niet genomen die van de officiële stichtingsakte, maar het jaar waarin de eerste Herfstweek werd gehouden, sindsdien nog altijd één van de vliegwielen waarop de SVN draait.

Springlevend
De Stichting Volksmuziek Nederland is een springlevende club, en zal dat, ondanks enige vergrijzing, ook in de toekomst blijven. Als we kans zien ook een nieuwe, jonge schare liefhebbers en beoefenaars van volksmuziek, folk, wereldmuziek en wat dies meer zij, aan te boren, dan is die toekomst helemáál verzekerd.

Ter gelegenheid van het jubileum is in het najaar 2003 een CD uitgegeven, vergezeld van een speelboek, waaraan een groot aantal vaste SVN-docenten meewerkt, en die een goed beeld moet geven van waar de stichting voor staat en mee bezig is.